Copyright © Alle rechten voorbehouden aan Bernard Burghouts

BERNARD BURGHOUTS

schrijver

 

Startpagina.

Biobiblio.

Contact.

Blog.

 Bernard Burghouts schrijft romans maar ook teksten op bestelling. Hij  maakt affiches, folders, magazines en websites.

PAULINE  /  de erfzonde

 

Roman door Bernard Burghouts,

ISBN 907826702X Uitvoering: 300blz.

Paperback met full color glans laminaat cover.

 

 

1938. Een grote stad in het westen van Duitsland. De achttienjarige Duitse Pauline leert de iets oudere Nederlander Henry kennen tijdens diens stage bij het garagebedrijf waar zij als administratieve kracht werkt. Er ontstaat een heftige liefdesrelatie die op de valreep van de Tweede Wereldoorlog uitmondt in een verloving. Al kort na de invasie van de Duitsers in Nederland verdwijnt Henry van het toneel. Vlak na de ondergang van Duitsland zoekt Henry Pauline op in de verwoeste stad. Hij heeft de jaren daarvoor actief in het Nederlandse verzet gewerkt en twee ter dood veroordelingen overleefd door op avontuurlijke wijze te ontsnappen. Hij organiseert de naturalisatie van Pauline, smokkelt haar naar Nederland en trouwt met haar. Na een aantal gelukkige jaren en de geboorte van hun dochtertje Lisa begint er een schaduw over Henry te vallen, er ontstaat gaandeweg een blijkbaar onoverbrugbare kloof tussen hen. Pauline kampt met de vraag of die kloof voortkomt uit haar Duitse oorsprong, haar geërfde schuld aan de oorlog. Lisa wordt ongeneeslijk ziek. Het dal waarin ze vervolgens belanden, wordt voor Pauline nog dieper doordat Henry's afstand tot haar blijft groeien. Tot overmaat van ramp duikt dan ook nog eens een stukje van Henry’s verleden op…

 

 

LEZEN

 

Haar hart stond even stil toen hij haar op een zaterdagochtend commandeerde, een reiskoffer van zolder te halen. “Ik ben dit weekeind weg,” luidde zijn korte verklaring zonder nadere toelichting.
  “Jij bent weg?! Mag ik ook weten waarheen en waarom?” vroeg ze verbouwereerd.
  “Naar vrienden.”  
  “En mag ik weten welke vrienden?

 “Nee. Ik ben morgenavond terug.”  
  En daarmee moest ze het doen. Verder vragen zou tot niets leiden en hooguit haar zwakte openleggen, wist ze. En bovendien had ze Lisa horen binnenkomen die waarschijnlijk alweer meer had meegekregen dan goed was. “Waar ga je naar toe papa?” vroeg ze onbevangen.
  “Naar een goede vriend, meisje.”
  “Mag ik mee?”
  “Nee, lieve schat, dat kan niet, maar ik ben morgenavond al weer terug.”
  “En breng je dan een cadeautje voor me mee? En voor mama?”
  “Ja, beloofd! Zul je lief zijn?”

Deze dialoog gaf Pauline precies de kracht die ze nodig had om haar hart weer normaal te doen kloppen; Lisa was veilig.  
  Voor het eerst van haar leven haalde ze die avond de fles jenever uit de kelder, als medicijn om tot rust te kunnen komen. Ze rilde toen het goedje bijtend zijn weg door haar slokdarm zocht. Maar onmiddellijk daarna voelde ze daar een behaaglijke warmte die opsteeg naar haar hoofd. Na de tweede slok ontspande haar hele lichaam zich. Een zachte duizeling maakte zich van haar meester en met een ongekende rust begon ze een poging om duidelijkheid te scheppen. Wat wist ze van zijn vrienden? Waren er vrienden die zij niet kende? Was het een vriend of een vriendin? Het was vooral de gedachte aan een andere vrouw die haar meer kwelde dan ze voor zichzelf wilde toegeven. Die gedachte was sinds het begin van hun huwelijk niet meer bij haar opgekomen. Was hij reëel? Ze voelde angst omdat er iets vrat aan de fundamenten van haar dappere besluit. Even dacht ze aan de opmerking van Lisa, jaren geleden aan tafel. Samen met Henry had ze die dag in de stad een tante ontmoet die eerst papa had omhelsd en daarna haar had geknuffeld. En papa was niet erg vriendelijk tegen de tante geweest. Op Paulines vragende blik had Henry kort toegelicht, dat het iemand was die hij uit de gevangenis kende maar dat hij niets met haar te maken wilde hebben. Ze had niet verder gevraagd, ervan overtuigd dat  hij haar als zo velen had “afgeschreven”. Ze nam nog een slok en besloot haar hersenen af te speuren naar een mogelijke vriend om een vriendin uit te sluiten. En ze vond na het tweede glas een aanknopingspunt. Van tijd tot tijd ontving hij een brief die hij meenam naar het kantoortje en daar in stilte las en vervolgens in de bureaulade opborg. Alleen hij had een sleutel van die lade. Hij zelf schreef zelden, tenminste voorzover haar bekend. Als afzender stond vermeld “Albert”;  geen achternaam en geen adres. Op zich wat wonderlijk, maar in ieder geval de naam van een man. Ze had wel eens geprobeerd de poststempel te ontcijferen; die wisselde tussen Ede en Amersfoort. Dat laatste was ook ver genoeg van huis om een overnachting te verklaren.  

Op haar vraag wie Albert was, had hij ooit met niet mis te verstane gelaatsuitdrukking geantwoord: “Een vriend,” en ze had daar, ondanks haar nieuwsgierigheid, in vertrouwen genoegen mee genomen.